Alles over de Zeeuwse hangcultuurmosselen

Het seizoen van de Zeeuwse hangcultuurmosselen start bijna! 

In een vorige blog schreven we inderdaad al over een oogst van hangcultuurmosselen, vers uit de Grevelingen. De officiële start van het hangcultuur seizoen met mosselen uit de Oosterschelde is echter 22 mei. Reden genoeg om jullie hier meer over te vertellen.

Hangcultuurmosselen: wat zijn dat nu precies?

Deze mossel heet niet voor niets hangcultuurmossel. Ze hangen in een reuzensok net onder het wateroppervlak. Dat in tegenstelling tot de bodemcultuurmosselen, die op de bodem groeien. Het grote voordeel van hangcultuurmosselen is dan ook dat ze niet in aanraking komen met de zeebodem. Daarnaast is de relatief snelle groei een mooi voordeel; ze hebben een dunnere schil en meer vlees. Een perfecte mossel dus!

Waar komen ze vandaan?

De hangcultuurmosselen groeien op twee centrale plekken in Zeeland. Een deel groeit in de Oosterschelde, vlakbij de Stormvloedkering. Neeltje Jans kweekt ze in de oude werkhavens van de Deltawerken. Die bieden een ideale beschutting voor de hangcultuurmosselen. Het is dus gewoon een heerlijke plek voor deze diertjes. In de Grevelingen vind je een ander deel van deze schelpdieren.

Hoe worden ze gekweekt?

De groei van een mossel begint bij het ‘loslaten’ van de larf. In het water zoeken ze een plek om zich aan te hechten. De kweker hangt daarom een pluizig touw – vastgemaakt aan een lijn – in het water waar de larven zich aan hechten. Zijn ze iets gegroeid, dan worden ze geoogst. Vervolgens worden ze ingesokt en teruggehangen. Dit is niks anders dan het touw met de mosseltjes verpakken in een net, zodat ze de ruimte krijgen om zich opnieuw te hechten.

Hoe lang het vervolgens duurt voordat ze volgroeid zijn, is afhankelijk van het voedselaanbod, de stroomsnelheid en golfslag.

Eén ding is zeker: deze manier van kweken is een zuiver biologische vorm en levert dus een heerlijk natuurproduct op.